Netherlands — Update

Evaluatie herstelplannen – de afrondende fase

By Wichert Hoekert

Pensioenfondsen die hun herstelplannen per einde 2011 moeten evalueren begeven zich nu in de afrondende fase daarvan. De evaluatie moet voor 11 februari 2012 worden ingediend.

Veelal is de omvang van eventuele benodigde maatregelen inmiddels vastgesteld. Als er aanvullende maatregelen nodig zijn is daar in veel gevallen overleg tussen sociale partners voor nodig. Dat is bijvoorbeeld het geval als de regeling en / of de bijdrage moet worden aangepast.

Het rentebesluit van DNB van 6 januari 2012, in combinatie met de toegestane maximering van eventuele kortingen op 7%, hebben de omstandigheden in enige mate verzacht. Eerder al waren het ministerie en de toezichthouder fondsen tegemoet gekomen door evaluaties toe te staan op basis van de ‘oude’ parameters (in plaats van de strengere nieuwe, waarop bovendien nog fondsspecifieke vermogensbeheerkosten in mindering moeten worden gebracht) en door voor 2012 een adempauze toe te staan voor de premiedekkingsgraadseis.

Begin februari zal blijken of DNB de aanpassingsmethodiek van het rentebesluit van 6 januari prolongeert.

Medio januari liet DNB weten hoe het rentebesluit verwerkt dient te worden in de vaststelling van het Vereist Eigen Vermogen (VEV). Uit de publicatie blijkt dat de toezichthouder verwacht dat bij het renterisico aan de vermogenszijde uitgaat van een in basispunten identieke schok als die aan de verplichtingenzijde. Voor het kredietrisico dient uitgegaan te worden van kredietopslagen ten opzichte van de aangepaste rentetermijnstructuur, hetgeen een lichte verlaging van het kredietrisico met zich meebrengt.

Hoewel in de huidige evaluatie van ondergeschikt belang moet in het te rapporteren VEV van deze richtlijnen worden uitgegaan. Verder is het bij het indienen van de evaluatie vooral van belang dat de toelichtingen bij de staten in orde zijn.

Voor zover fondsen voorgenomen kortingen aan moeten kondigen geldt dat DNB bij de huidige evaluatie slechts de impact van de maatregel beoordeelt. De wijze waarop de korting wordt toebedeeld aan verschillende pensioensoorten en groepen deelnemers komt pas aan de orde wanneer de korting definitief wordt. Desalniettemin achten wij het raadzaam, zo niet vanzelfsprekend, daarover al bij de eerste aankondiging goed na te denken. Dat geldt evenzeer voor het eventuele herstel van de toe te kennen kortingen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Wichert Hoekert.