
Op maandag 30 augustus 2010 zijn de nieuwe Prognosetafels van het Actuarieel Genootschap gepubliceerd. De tafels laten een grotere verzwaring van de overlevingskansen zien dan eerder verondersteld op basis van de CBS 2008 tafels. Met name op korte termijn zijn de overlevingskansen (en daarmee ook de gemiddelde levensverwachting) in de nieuwe prognosetafel hoger.
De nieuwe overlevingskansen hebben uiteraard invloed op de financiële positie van onze Nederlandse pensioenfondsen die het op dit moment, door met name de gedaalde rente, vaak al erg zwaar hebben.
De nieuwe tafels en de gedaalde rente hebben echter ook invloed op de financiële cijfers van ondernemingen. Onderstaand gaan wij daar kort op in:
De verplichtingen onder IFRS (de Defined Benefit Obligation) en onder US-GAAP (de Projected Benefit Obligation) nemen door de hogere levensverwachting met minimaal enkele procentpunten toe. Het effect van de gedaalde lagere rekenrente (discount rate) komt hier (indien per jaareinde niet significant verbeterd) met vele procenten boven op. Dat betekent dat de financiële positie onder internationale accoutingregels - ceteris paribus - zal verslechteren. Conform IFRS rapporterende ondernemingen die actuariële resultaten direct in de balans opnemen (de OCI-methode; voorheen SoRIE) merken dat dus direct in de balans, het eigen vermogen en de solvabiliteitspositie. Onder US-GAAP zal dit voor alle rapporterende ondernemingen gelden. Ondernemingen die onder IFRS nog steeds gebruik maken van de mogelijkheid om de actuariële resultaten te amortiseren (de corridor-methode), zullen daardoor in het begin op hun balans van deze effecten nog vrij weinig merken, maar zullen naar verwachting geconfronteerd worden met hogere afschrijvingen in de toekomst waardoor de toekomstige pensioenlast gaat toenemen.
Alle ondernemingen zullen worden geconfronteerd met in beginsel hogere pensioenlasten doordat door de hogere levensverwachting en lagere rentevoet de kosten van een jaar pensioenopbouw (service cost) toeneemt. Het rente-effect zal slechts gedeeltelijk worden gecompenseerd door een lagere rentelast (interest cost). Voor bedrijven die de corridor-methode toepassen is het effect in de pensioenlast dus dubbelop. Een lagere marktrente kan ook betekenen dat de onderneming in de toekomst een lager rendement op haar pensioenbeleggingen verwacht. De pensioenlast neemt dan verder toe.
Zeker bij pensioenfondsen, maar mogelijk ook bij verzekerde regelingen, heeft de verslechterende financiële positie wellicht ook tot gevolg dat de indexatieverwachting naar beneden moet worden bijgesteld. In dat geval nemen de verplichtingen en de pensioenlast onder IFRS en US-GAAP minder hard toe.
Veel ondernemingen waren de afgelopen maanden of zijn nu bezig om de budgetten voor het nieuwe fiscale jaar vast te stellen. De langere levensverwachting en de momenteel flink gedaalde rekenrente hebben tot gevolg dat de pensioenlasten zullen toenemen en balansposities (onmiddellijk of geleidelijk) zullen verslechteren. Een eventueel lagere indexatieverwachting kan een dempend effect hebben. Het is verstandig om deze boekhoudkundige effecten tijdig in kaart te brengen zodat de reguliere accounting-berekeningen aan het einde van het boekjaar niet tot onaangename verrassingen zullen leiden.
Het is daarnaast zinvol om de volatiliteit op de balans en de P&L nader in kaart te brengen. Onder de nieuwe IAS-richtlijn (Exposure Draft) zullen alle ondernemingen geconfronteerd worden met volatiele balansposities. Eventueel kunnen alternatieven worden onderzocht.
Zie ook de Towers Watson publicatie met betrekking tot de nieuwe Prognosetafels van het Actuarieel Genootschap en de impact op pensioenfondsen.