Door een definitiewijziging in de PW (per 1 januari 2015) heeft de term dekkingsgraad een andere invulling gekregen. Als gevolg daarvan dienen alle pensioenfondsen vanaf de kwartaal- en maandrapportages over 2016 en de jaarstaten over 2015 de te rapporteren dekkingsgraad en beleidsdekkingsgraad te berekenen aan de hand van het totale vermogen en de totale technische voorzieningen van het fonds, dus niet alleen het gedeelte voor risico van het fonds. Eerder al werd bekend dat dat zou leiden tot een wijziging van de te rapporteren dekkingsgraad voor gedeeltelijk verzekerde fondsen, maar nu blijkt dat dit ook het geval is voor fondsen met verplichtingen voor risico deelnemer. DNB gaat hier in de statenbrief 2016 nader op in.

Beleidsdekkingsgraad

De gewijzigde definitie is ook van toepassing op de beleidsdekkingsgraad. Hiervoor geldt dat het effect niet geleidelijk in de beleidsdekkingsgraad zal ingroeien, zoals dat bijvoorbeeld het geval is bij de aanpassing van de UFR-methodiek. Ten behoeve van de vaststelling van de beleidsdekkingsgraad zullen deze pensioenfondsen daarom tevens de achterliggende maanddekkingsgraden dienen te herreken.

Gevolgen eventuele tekortsituatie

Voor pensioenfondsen met een grote DC-portefeuille kan de wijziging een behoorlijk verlagend effect hebben op de dekkingsgraad. Er wordt immers geen solvabiliteit aangehouden voor de voorziening voor risico deelnemers. Daar staat echter tegenover dat de vereiste dekkingsgraad eveneens zal afnemen. Bij de berekening van de vereiste dekkingsgraad geldt namelijk dat het vereist eigen vermogen in euro’s voortaan zal moeten worden toegerekend aan de totale technische voorzieningen. Per saldo heeft de gewijzigde definitie daarmee beperkte gevolgen voor de eventuele tekortsituatie.

Gevolgen toeslagbeleid

Bij een afnemende beleidsdekkingsgraad en een gelijkblijvende toeslagdrempel van 110% zal de definitiewijziging gevolgen hebben voor het toeslagbeleid. Indien een pensioenfonds het toeslagbeleid wenst te handhaven, zal de toeslagdrempel aangepast moeten worden op basis van een gewogen gemiddelde, waarbij voor het eigen beheer deel de 110%-grens wordt gehanteerd en voor het verzekerde deel respectievelijk het deel dat betrekking heeft op de zuivere premieovereenkomst de grens van de minimaal vereiste dekkingsgraad. Hiertoe dient het pensioenfonds een verzoek tot ontheffing in te dienen bij DNB, zo maakte DNB bekend op 22 december 2015.

Herstelplannen

Zoals vermeld in de instructiebrief herstelplan hebben gedeeltelijk verzekerde pensioenfondsen en fondsen die, naast een uitkeringsovereenkomst, ook een premieovereenkomst uitvoeren de mogelijkheid om een herstelplan in te dienen dat uitsluitend betrekking heeft op de in eigen beheer (risico fonds) uitgevoerde pensioenregeling(en). Dit is slechts toegestaan indien een eventuele voor herstel benodigde korting uitsluitend wordt toegepast op de in eigen beheer opgebouwde pensioenaanspraken. Nadere instructies voor gedeeltelijk verzekerde fondsen en fondsen die (mede) een premieovereenkomst uitvoeren zijn opgenomen in de aanwijzingen jaar-, kwartaal- en maandstaten.

Vastlegging beleid

Hoewel de intentie is geweest dat de wijziging van de dekkingsgraaddefinitie materieel nauwelijks tot geen implicaties heeft voor het fondsbeleid, vergt het mogelijk wel aanpassingen van de vastlegging ervan. 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Erik Veerman.