In april 2016 hebben de leden Lodders en Aukje de Vries (beiden VVD) de staatssecretarissen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Financiën Kamervragen gesteld over de gevolgen van het arrest Dansk Industri/Karsten Eigil Rasmussen voor het Staffelbesluit en het Nederlands pensioenstelsel. Deze vragen zijn in juni beantwoord.

Genoemde staatssecretarissen hebben geantwoord dat naar de huidige inzichten de uitspraak Dansk Industri/Karsten Eigil Rasmussen van het Europese Hof van Justitie (en ook het arrest Danmark/Experian) geen consequenties heeft voor het Staffelbesluit (over beschikbare premieregelingen) en het Nederlands pensioenstelsel. De uitleg hierbij is dat gebruik kan worden gemaakt van de uitzonderingsgrond van de objectieve rechtvaardiging. Hiermee wordt bedoeld dat het verschil in de hoogte van de premie per leeftijdscohort objectief gerechtvaardigd kan worden als een gelijk pensioenresultaat op de pensioeningangsdatum wordt bereikt (ongeacht leeftijd). Dit geldt voor het Staffelbesluit.

De uitzonderingsgrond van de objectieve rechtvaardiging is opgenomen in de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (verder, WGBL) en vindt zijn grondslag in de Richtlijn 2000/78/EG (verder, Richtlijn) waarop de WGBL is gebaseerd.

Als het leeftijdsonderscheid objectief te rechtvaardigen is, is het daarmee ook niet noodzakelijk om gebruik te maken van de uitzonderingsgrond van artikel 8 lid 3 van de WGBL.

Achtergrond

Het arrest Dansk Industri/Karsten Eigil Rasmussen en het arrest Danmark/Experian zijn de aanleiding voor de Kamervragen. In het eerst genoemde arrest is uitgemaakt dat bij strijdigheid tussen nationale wetgeving en het Unie-recht (Richtlijn) de rechter de Richtlijn moet volgen. In het arrest Danmark/Experian is uitgemaakt dat de uitzonderingsgrond van artikel 8 lid 3 van de WGBL, waarin is opgenomen dat het verbod van onderscheid niet van toepassing is op actuariële berekeningen bij pensioenvoorzieningen, geen zelfstandige betekenis toekomt en daarmee niet in overeenstemming is met de Richtlijn. Het gevolg hiervan is dat bij beschikbare premieregelingen waarbij de hoogte van de beschikbare premie afhankelijk is van de leeftijd(scohort), het hiermee samengaande leeftijdsonderscheid objectief gerechtvaardigd moet worden. Die rechtvaardiging wordt gevonden in het voor alle leeftijden gelijke verwachte pensioenresultaat.

Terzijde merken wij nog op dat bij de beantwoording van de Kamervragen is aangegeven dat de WGBL zal worden aangepast om deze wetgeving in overeenstemming te brengen met de Richtlijn. Hierbij zal ook rekening gehouden worden met de voorstellen over de toekomst van het pensioenstelsel, in het bijzonder waar het gaat om de afschaffing van de doorsneesystematiek.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Petra Verdegaal.