Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceert eens in de drie jaar een uitgebreide bevolkingsprognose, in tussenliggende jaren publiceert het CBS een kernprognose. Op 19 december 2017 heeft het CBS de nieuwe bevolkingsprognose 2017-2060 gepubliceerd.

In de publicatie van het CBS wordt in geval van levensverwachting voornamelijk gesproken over de periode levensverwachting, dit is de levensverwachting waarbij alleen gekeken wordt naar de sterftekansen in een bepaald jaar. Bij een periode levensverwachting worden de sterftekansen verticaal afgelezen uit de generatietafel. In de periode levensverwachting wordt in tegenstelling tot bij de cohort levensverwachting (en de waardering van de technische voorzieningen) geen rekening gehouden met de verwachte trend. In de cohort levensverwachting waar dus wel rekening gehouden wordt met de verwachte trend worden de sterftekansen diagonaal afgelezen uit de generatietafel.

De periode levensverwachting afgeleid uit waargenomen sterfte heeft in de afgelopen decennia een stijgende lijn laten zien. Kijkend naar losse jaren zijn er niet altijd toenames in de levensverwachting zichtbaar. Vergeleken met de Kernprognose gepubliceerd in 2016 ligt de periode levensverwachting voor mannen en vrouwen ongeveer 0,3 jaar lager.

Towers Watson Media 

Het CBS geeft aan dat dit komt door de ongunstige sterfteontwikkeling in de laatste maanden van 2016 en de beperkte daling van de sterftekansen in de eerste acht maanden van 2017. Daarnaast is aangegeven dat ook meespeelt dat de gunstige sterfteontwikkeling in 2014 vanaf deze prognose niet meer bij de bepaling van het startniveau voor de extrapolatie van de sterftekansen voor de lange termijn wordt meegewogen.

Voor pensioenfondsen is de cohort levensverwachting interessanter, omdat deze methodiek van door een generatietafel lopen ook bij de waardering van de technische voorzieningen wordt gebruikt. In de onderstaande grafiek wordt daarom de cohort levensverwachting getoond van de bevolkingsprognose en de Prognosetafel AG2016 die door de meeste pensioenfondsen wordt gebruikt. De Prognosetafel AG2016 wordt gepubliceerd tot het jaar 2186, terwijl de kernprognose maar tot 2060 wordt gepubliceerd. Om het effect van het doortrekken van de trend na 2060 inzichtelijk te maken alsmede om de Prognosetafel met de bevolkingsprognose te kunnen vergelijken worden ook de levensverwachtingen getoond op basis van de Prognosetafel AG2016 waarbij de projectie naar de toekomst wordt afgekapt in 2060.

Towers Watson Media

In de grafiek is te zien dat de verwachte cohort levensverwachting op basis van de bevolkingsprognose voor een nul-jarige voor zowel mannen als vrouwen lager ligt dan de cohort levensverwachting volgend uit de afgekapte Prognosetafel. De projecties van het CBS en het Koninklijk Actuarieel Genootschap (AG) liggen tot 2060 niet heel ver uit elkaar. In de praktijk loopt de trend in de Prognosetafel echter door na 2060 wat de verwachte levensverwachting van een nul-jarige in 2060 voor zowel mannen als vrouwen behoorlijk doet toenemen voor de toekomstige generaties.

De bevolkingsprognose van 2017 is de tweede prognose die is gebruikt voor de vaststelling van de toekomstige AOW-leeftijd volgens de Algemene Ouderdomswet (AOW, art. 7a). Deze projecties zijn het uitgangspunt voor de bepaling van de al gepubliceerde macro-resterende levensverwachtingen, op basis waarvan toekomstige aanpassingen van de AOW-leeftijd en de pensioenrichtleeftijd worden bepaald. Die macro-resterende levensverwachtingen zijn net als in de CBS publicatie periode levensverwachtingen, en wijken dus af van de cohorte levensverwachtingen volgens volledig gebruik van de tafel. Op basis van deze publicatie zijn zoals al eerder bekend werd de AOW-leeftijd en de pensioenrichtleeftijd niet toegenomen. Sterker nog: op basis van de nieuwe publicatie was de meest recente verhoging niet nodig geweest.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Kevin Keijzer.