Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op 23 november 2017 het standaardinformatiemodel voor pensioenfondsen vastgesteld. Het standaardmodel voor pensioenfondsen is gepubliceerd op de website van de Pensioenfederatie. Eerder in 2017 is reeds het standaardmodel voor verzekeraars en PPI’s vastgesteld en gepubliceerd door het Verbond van Verzekeraars.

Gebruik van het standaardinformatiemodel is verplicht voor pensioenfondsen met een kapitaal- of premieovereenkomst tenzij het pensioenfonds niet voorziet in aanwending van het pensioenkapitaal binnen het fonds. Het standaardmodel heeft als doel om deelnemers van informatie te voorzien, waaronder de gevolgen en risico’s die van belang zijn om een weloverwogen keuze te kunnen maken tussen een vastgesteld of variabel pensioen. Daarbij is besloten dat in de communicatie in het vervolg het vastgestelde pensioen bij pensioenfondsen moeten worden aangeduid als ‘stabiel pensioen’, bij verzekeraars wordt gesproken van een ‘vast pensioen’.

De informatie moet worden verstrekt voorafgaand aan de pensioendatum (op advies van de Pensioenfederatie tussen de zes en twaalf maanden daarvoor) en voorafgaand aan een (voorlopige) keuze voor vastgesteld of variabel pensioen op het moment dat dit voor het beleggingsbeleid van belang is.

Vooralsnog worden de pensioenuitkomsten voor het standaardmodel gebaseerd op een tijdelijke rekenmethodiek. Verwacht wordt dat in de loop van 2018 de uniforme rekenmethodiek (URM) in werking zal treden en als basis zal dienen voor de individuele communicatie over pensioenuitkomsten. In de URM zal worden uitgegaan van reële pensioenuitkomsten, waarbij is gecorrigeerd voor prijsinflatie. De URM zal tevens van toepassing zijn voor informatieverstrekking bij uitkeringsovereenkomsten. De AFM verwacht dat het standaardinformatiemodel zal worden geactualiseerd na inwerkintreding van de URM en streeft naar één model dat zowel door verzekeraars (en PPI’s) als door pensioenfondsen zal worden toegepast.

Vanwege de diversiteit in pensioenregelingen is het mogelijk om flexibel om te gaan met de standaardteksten. Het model voorziet de deelnemer van gestandaardiseerde informatie over vast of variabel pensioen. Aanvullende vormen van informatieverstrekking én informatie-inwinning blijven van belang. Dit geldt in het bijzonder voor premieovereenkomsten (en variabel pensioen) waarbij deelnemers de verantwoordelijkheid van de beleggingen kunnen overnemen. De uitvoerder heeft in zo’n geval een uitgebreide zorgplicht, in de vorm van een adviesplicht. Jaarlijks moet de deelnemer dan worden geadviseerd over de beleggingen, mede in relatie tot het risicoprofiel van de betreffende deelnemer.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Martin Jonk.