Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de Tweede Kamer per brief geïnformeerd hoe hij het advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) aangaande medezeggenschap over de arbeidsvoorwaarde pensioen bij kleine ondernemingen ter hand wil nemen.

Met kleine ondernemingen wordt bedoeld, ondernemingen met tien tot vijftig werknemers die niet wettelijk verplicht zijn een ondernemingsraad in te stellen.

Voor werkgevers is van belang aandacht te hebben voor de medezeggenschap over de arbeidsvoorwaarde pensioen. Dit vergroot de betrokkenheid bij en waardering van de arbeidsvoorwaarde pensioen voor zowel werkgever als werknemers. Daarnaast leidt dit ertoe dat de wettelijke medezeggenschapsbevoegdheden en -plichten op juiste wijze worden ingezet. Dit kan een traject tot wijziging van de pensioenregeling bevorderen.

Huidige wetgeving

Op grond van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) kan een werkgever die wordt aangemerkt als kleine onderneming een personeelsvertegenwoordiging (PVT) instellen. Een werkgever is verplicht tot het instellen van een PVT als de meerderheid van de bij de werkgever werkzame personen hierom verzoekt. Als er geen PVT is, is de werkgever verplicht ten minste twee keer per jaar een personeelsvergadering (PV) te organiseren.

In de WOR is bepaald dat de PVT en de PV een adviesrecht hebben ten aanzien van een voorgenomen besluit dat kan leiden tot een belangrijke verandering van de arbeidsvoorwaarden van tenminste een vierde van de in de onderneming werkzame personen. Voor wat betreft de arbeidsvoorwaarde pensioen betekent dit dat de PVT en PV een adviesrecht hebben voor het wijzigen van de pensioenregeling als deze tenminste 25% van de werknemers raakt. Hierop geldt een belangrijke uitzondering; namelijk als het pensioen is geregeld op collectief niveau, bij cao of binnen een bedrijfstak.

De werkgever is verplicht op verzoek de PVT tijdig schriftelijk of mondeling de informatie te verstrekken die de PVT redelijkerwijs nodig heeft om tot een advies te komen. Ook heeft de PVT een recht om deskundigen te raadplegen als de werkgever instemt met de kosten hiervoor. De PV heeft deze wettelijke rechten niet. De PV heeft daarentegen een initiatiefrecht, wat de PVT niet heeft.

Aanbevelingen van de SER

Aan de SER is advies gevraagd hoe bij kleine ondernemingen de medezeggenschap, of invloed van werknemers ten aanzien van de arbeidsvoorwaarde pensioen, versterkt kan worden. Hierbij is gevraagd rekening te houden met de complexiteit van het terrein pensioen en met de noodzaak om administratieve lasten voor kleine ondernemingen beperkt te houden. Het systeem van de WOR moet niet verstoord worden.

In de brief zijn de drie aanbevelingen van de SER opgesomd:

  • 1. Het bevorderen van de bekendheid en naleving van de bestaande bevoegdheden en verplichtingen binnen en buiten de WOR.
  • 2. Het versterken van enkele bevoegdheden binnen de WOR.
  • 3. Het bevorderen van onafhankelijke en betaalbare informatievoorziening.

Vervolg op aanbevelingen van de SER

Een belangrijke constatering van de Minister, mede naar aanleiding van gesprekken met leden van de SER, is dat er niet zozeer bezorgdheid is over het huidige stelsel van medezeggenschap voor kleine ondernemingen, maar meer over het kennisniveau van werkgever en werknemers met betrekking tot pensioen (bij het wijzigen van de pensioenregeling) en de medezeggenschapsbevoegdheden en -plichten die hiermee samengaan.

Om het kennisniveau te verhogen en daarmee de medezeggenschap te bevorderen, moedigt de Minister het initiatief van de SER aan om te komen met een overzicht waarin de bevoegdheden van de PVT en PV rond de arbeidsvoorwaarde pensioen zijn opgenomen. Verder ziet de Minister met betrekking tot het verhogen van het kennisniveau vooral een taak bij pensioenuitvoerders, onafhankelijk adviseurs, sociale partners en de SER.

De Minister geeft verder aan met aanbeveling 2 van de SER aan de slag te gaan. Dit houdt in dat hij enkele bevoegdheden van de PVT en PV wil uitbreiden met behulp van een wijziging van de Wet op de ondernemingsraden. Het gaat hierbij om versterking van het informatierecht en initiatiefrecht. Concreet betekent dit dat de werkgever de PVT en PV de informatie over de arbeidsvoorwaarde pensioen die zij redelijkerwijs nodig hebben om hun taak te kunnen vervullen, tijdig schriftelijk moet verstekken indien deze informatie schriftelijk beschikbaar is. Daarnaast krijgen de PVT en PV ditzelfde informatierecht bij het vaststellen, wijzigen of intrekken van een uitvoeringsovereenkomst. Tot slot zal het initiatiefrecht worden uitgebreid, zodat ook de PVT het onderwerp pensioen zelfstandig kan agenderen.

Samenvatting

In de brief van de Minister wordt het belang van medezeggenschap over de arbeidsvoorwaarde pensioen bij kleine ondernemingen benadrukt. Het ministerie benoemt, voor een groot deel in overeenstemming met de aanbevelingen van de SER, acties om de medezeggenschap te versterken waaronder wijziging van de WOR.

Wij raden werkgevers aan de medezeggenschap van werknemers met betrekking tot de arbeidsvoorwaarde pensioen zoals die momenteel is geregeld binnen de onderneming kritisch te bezien en in overweging te nemen of deze medezeggenschap vergroot moet worden. Verder raden wij u aan om aandacht te besteden aan de kennis over pensioenen (zowel bij werkgever als werknemers). Dit draagt bij aan de kwaliteit van de regeling, maar bovendien ook aan de waardering ervan. Pensioenkennis wordt naar wij verwachten in de toekomst nog belangrijker als de keuzevrijheid met betrekking tot pensioen toeneemt.

Uiteraard kan Willis Towers Watson u hierbij ondersteunen, u kunt contact opnemen met uw eigen contactpersoon of met Petra Verdegaal.